Entree Jaap de Raatpad

Jaap de Raat (1916–1996) was een veelzijdig kunstenaar uit Kethel: schilder, dichter, tekenaar, schrijver en chroniqueur van zijn dorp. Hij werd geboren in boerderij De Groene Raat aan de Harreweg in Kethel en ontwikkelde zich later tot een bekend kunstenaar en kenner van de lokale geschiedenis. Hij volgde zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst in Rotterdam en legde zich vooral toe op het vastleggen van het oude Kethel, zijn landschap, boerderijen en het dorpsleven.

Naast zijn schilderijen en aquarellen schreef Jaap de Raat boeken en artikelen over de geschiedenis van Kethel. Met zijn werk wist hij herinneringen aan het verdwenen dorpsleven voor toekomstige generaties te bewaren. Ook als dichter gaf hij uitdrukking aan zijn grote liefde voor het dorp en zijn bewoners. Zijn oeuvre vormt daardoor niet alleen een artistieke, maar ook een historische schat voor Kethel en Schiedam. Tot op de dag van vandaag wordt zijn werk geëxposeerd en herdacht als een belangrijk onderdeel van het culturele erfgoed van Kethel.

De entree tot Park Kethel aan het Jaap de Raatpad voert langs de Poldertuin en geeft daarna zicht op Kethel Dorp en de weilanden van het park.

In het park zijn verschillende typische weide landschapselementen te vinden:

Griend

In de griend staan wilgen en essen. Van de wilgen en essen worden regelmatig takken geoogst waardoor de kenmerkende knotvorm ontstond. De wilgentakken werden gebruikt voor manden, vlechtwerk, oeverbescherming, gereedschap en meer.

Pesteilandje

Kadavers van vee, die overleden aan een besmettelijke ziekte, begroeven de boeren in een pestbosje/pesteiland omringd door water. Om besmetting van gezond vee te voorkomen was dit op een plek waar het overige vee moeilijk bij kon komen. Vaak beplant met, voor het vee, onsmakelijke bomen en struiken.

Paddepoel

Voormalige drinkpoelen gevuld met grondwater. Door de flauwe oevers toegankelijk voor vee. Nu belangrijk leefgebied voor padden, kikkers en salamanders.

Weiland of Hooiland

Het weidegebied heeft zijn agrarische functie verloren. Het weiland werd begraasd door het vee. Het niet begraasde perceel werd twee keer per jaar gemaaid voor het hooi in de winter. Verschillen in hoogte en vochtigheid zorgen voor variatie in plantensoorten.

Geriefbosje

Kleine bosperceel met es, els, wilg en populier. Dit bos leverde hakhout voor de bouw en onderhoud van de boerderij, omheiningen, gereedschap, brandhout, vlechtwerk en oeverbescherming.

Poldertuin

Een gebied dat de Vrienden van Park Kethel helpt onderhouden. Het is een natuurlijke groei- en bloeizone voor poldergrassen en gewassen. Door de flora diversiteit worden ook amfibieën en insecten aangetrokken.

Schooltuinen en Stadsboeren

Gebied met moestuintjes dat door scholieren en senioren worden beheerd. De ontwikkeling en ervaring met betrekking tot groen en ecologisch bewustzijn worden hier gecombineerd.

Park is nu wandelgebied

Het weidegebied heeft zijn agrarische functie verloren en is nu een aantrekkelijk wandelgebied. De paden voeren langs verschillende cultuurhistorische elementen van het oorspronkelijke weidelandschap. Zo blijft het verleden zichtbaar in een landschap dat nu bedoeld is om te beleven en te genieten.

In het park staan diverse informatiebordjes die met elkaar een wandelroute vormen.