Op Stadssafari

De tuin is verder niet veel meer dan een postzegel met een piepklein gazonnetje, met een boom in het midden, een bloemenstrook van een paar meter en wat rondscharrelende kippen. Des te verbazingwekkender is het dat dit de beroemde tuin is waar Hoogenstein ruim duizend soorten vond en waarmee hij in 2022 volop in het nieuws kwam. “Inmiddels zitten er zelfs meer dan 2500 soorten in de tuin”, zegt Hoogenstein. “De 2500ste vond ik vorige week op deze boom: een hamsteroortje, een piepklein korstmosje.” Hij werd bekend met zijn boek Mijn 1000 soortentuin en nu gaat Luc Hoogenstein vanaf deze donderdagavond het theater in met de voorstelling Stadssafari. Hij werkt daarbij samen met Ignas van Schaick van MN Media, producent van films als De Nieuwe Wildernis, Onder het Maaiveld en De Wilde Noordzee. Het is een groeiend fenomeen op de Nederlandse podia: theatercolleges. Wetenschappers, journalisten en schrijvers trekken met inhoudelijke presentaties volle zalen. Onder anderen historica Beatrice de Graaf, schrijver Geert Mak, rechtbankverslaggeefster Saskia Belleman en presentatrice (en menopauzedeskundige) Evi Hanssen toeren momenteel langs de theaters met hun colleges.

1601 soorten

De bloeiende klimop was in 2020 voor hem de aanleiding om zichzelf een leuke uitdaging te geven, vertelt Hoogenstein even later aan de keukentafel. “Ik werkte elke dag thuis, op deze plek, vanwege corona. Tijdens een online-vergadering keek ik naar buiten en ik zag rond die klimop al die bijen en wespen zoemen. Diezelfde dag vond ik op een kogeldistel een wants die ik niet herkende en een paar meter verderop een voor mij onbekende wesp met opvallend brede voorpoten. Toen begon het een beetje te dagen: ik kijk altijd naar natuur in natuurgebieden, maar nooit in mijn eigen tuin, terwijl ik daar ook nieuwe dingen kan ontdekken.” Hij besloot om een jaar lang, van 1 januari tot 31 december, alle waargenomen soorten in zijn eigen achtertuin in Utrecht bij te houden. Een mooie bezigheid in de saaie coronatijd. Hij telde tot zijn eigen verbazing maar liefst 1601 soorten in dat kleine tuintje en besloot er een boek over te schrijven: Mijn 1000 soortentuin dus, dat binnenkort een vierde druk krijgt. Het boek leverde hem ook een eigen tv-programma op bij RTV Utrecht, Luc’s Tuinsafari. Daarnaast gaf hij de afgelopen drie jaar zo’n 120 lezingen door het hele land. Bij een van die lezingen werd hij aangesproken door een collega van Van Schaick. Hoogenstein werd gevraagd om mee te denken met het nieuwe filmproject Ecolopolis, een mix van fictie en non-fictie. “Het wordt de eerste natuurromcom van Nederland”, zegt Van Schaick over de film die naar verwachting pas in 2029 zal gaan draaien.

Hij licht een tipje van de sluier op. “Een gezin verhuist naar een huis met een al aangelegde tuin en ontdekt gaandeweg zijn relatie met de natuur, omringd door bijfiguren als een alwetende buurvrouw en een kritische buurman. Ondertussen is het natuurlijk ook gewoon een natuurfilm.” Ook in de film staat de tuin centraal. “We vroegen ons af: hoe kun je nou een film maken over natuur waar mensen echt een emotionele binding mee hebben? Dan moeten we gewoon in een tuin beginnen”, zegt Van Schaick.

Meer impact

Het doel van het theatercollege is een breder publiek te bereiken dan de gebruikelijke bioscoopbezoeker. “Je ziet toch dat over het algemeen de wat ‘groenere’ mensen onze films weten te vinden. Die hebben al een liefde voor de natuur. Ik denk dat het centrale vertrekpunt van de Stadssafari-theatertour is: mensen laten zien wat ze nog nooit hebben gezien. Je hoeft niet op safari naar Afrika te gaan, begin gewoon in je eigen tuin”, zegt Van Schaick.

Op het podium staat het verhaal van Hoogenstein centraal, dat natuurlijk wordt ondersteund door beeldmateriaal uit de films van Van Schaicks productiehuis. “We bouwen als het ware die tuin op. We beginnen met de bodem”, vertelt Hoogenstein. “Dat is letterlijk de basis van een goede tuin. Van bodem naar bloemen, bomen en struiken, met steeds anekdotes en foto’s uit mijn eigen voortuin.” De theatertour is niet het enige projectonderdeel naast de film. De makers proberen er zoveel mogelijk omheen te bouwen. Gemeenten, bouwbedrijven en architecten worden in het project meegenomen en moeten als eerste ambassadeurs fungeren, waarna de beweging naar een breder publiek wordt gebracht. Van Schaick denkt aan het concept Tuincafé, een avond waarop buurtbewoners samen met de gemeente bijeenkomen, buren over hun eigen tuin vertellen en de eerste beelden van de film worden vertoond.

Het gaat Van Schaick dan ook niet zozeer om de bezoekcijfers, maar om de impact. “Onze film Onder het Maaiveld uit 2023 over bodemleven wordt nog altijd door organisaties gebruikt als gespreksopener. En hij heeft geleid tot een samenwerking met de Wageningen University rond het project ‘Bodem in Beeld’, waarin 150 how-to-video’s over bodemverbetering worden gemaakt voor het mkb en onderwijs. Ik hoop dat we met de film Ecolopolis ook zoiets in gang zetten.”

Van straatgek naar inspirator

Liefde voor natuur in eigen omgeving is aanstekelijk, merkt Hoogenstein in zijn eigen straat in Utrecht. “Toen ik begon met tellen was ik nog een beetje de straatgek die altijd met insecten bezig was. Maar langzaam begonnen mensen het toch wel interessant te vinden en gingen ze ook anders nadenken over hun eigen tuin. Sommigen hebben de tegels eruit gegooid, anderen een boom geplant. En een deel van de straat beheert de boomspiegels op de openbare weg om er inheemse planten te laten groeien. Het brengt mensen ook met elkaar in gesprek. Het is de mooiste vorm van sociale cohesie die we hier hebben. Dat komt ook in de voorstelling terug.” Wat volgens Hoogenstein en Van Schaick de voorstelling extra relevant maakt, is de Europese natuurherstelverordening. Die verplicht gemeentes om tot 2030 te zorgen dat er geen groen verloren gaat in de stedelijke omgeving, en er vanaf 2030 juist ieder jaar natuur bij komt. “Dat kun je zelf doen als gemeente, maar het is nog makkelijker om de burgers die hun eigen stukje tuin hebben, of eigen stukje groen, mee te nemen”, zegt Van Schaick.

Hoogenstein rekent voor hoeveel oppervlak daarmee gemoeid is. “Als je alle tuinen bij elkaar optelt, kom je op iets van 290.000 hectare uit. Dat is best wel heel veel. En dat is gewoon groen oppervlak dat je kunt benutten om je doelstellingen uit de natuurherstelverordening te halen.” Om mensen daar warm voor te krijgen, is volgens Hoogenstein verbeelding nodig, geen beleidstaal. “Als je iets vertelt en het raakt verwondering, dan haakt iedereen erop aan.”

Nieuw terrein

Voor Van Schaick is het de eerste stap van film naar theater, maar ook voor Hoogenstein is het theater volstrekt nieuw terrein. Donderdagavond is de eerste voorstelling van de tour, maar hij beleefde zijn vuurdoop al bij een try-out in het Afas-theater in Leusden. “De spanning sloeg wel toe toen ik vooraf de grote lege zaal zag. Zodra ik het podium opkwam in een volle zaal was het helemaal verdwenen.”

De komende maanden worden druk: naast zijn vaste baan als ecoloog bij Eneco is hij tot juni 2027 vijftig avonden op pad voor de theatertour. Maar het hoort erbij, vindt hij. “Ecologen moeten wat vaker uit hun eigen bubbel stappen. In mijn vorige baan bij Natuurmonumenten vonden collega’s dat soms onwennig. Maar bij een lezing voor studenten toegepaste ecologie zei ik laatst: ‘Als jij een goede ecoloog wordt, dan moet je je natuurkennis met andere mensen gaan delen. Anders landt ons verhaal nooit bij het grote publiek’.”

Stadssafari begint 24 september in theater De Nobelaer in Etten-Leur en toert tot en met 6 juni langs theaters door heel Nederland. De speellijst is te vinden op stadssafaritheater.nl

In Vlaardingen op 9 april in Stadsgehoorzaal

In Rotterdam op 21 april in Oude Luxor Theater